De grip op het Turkse zelfbeeld in Koerdisch leed.

fusan_erdogan Momenteel voert het Turkse leger aanvallen uit op Koerdische strijdkrachten. Het tegenstrijdige van deze aanvallen is dat deze strijdkrachten tot voor kort bejubeld werden voor hoe zij het oprukkende leger van DAESH stopten. Hun heldhaftige verhalen verschenen hier in het Westen en van de strijders van de Peshmerga tot de YPG werden onthaald als helden. Zelfs de Koerdische verzetsbeweging PKK werd gerekend tot de geallieerde strijdmachten omdat zij met vrouw-en-vermogen de creatie van een nieuwe kalifaat bestreden. Maar ook al waren de Koerden effectieve strijders tegen DAESH, moesten ze kennelijk volgens de Turkse staat weer hun plek kennen. Met de strijd om Kobani waren de Koerden te dicht bij de formatie van een eigen staat gekomen. En dat moest boven alles gedwarsboomd worden lijkt het.

Hier in Nederland werden deze ontwikkelingen vanuit verschillende opvattingen op de voet gevolgd. Dit zorgde dan ook voor berichtgeving vanuit duidelijk verschillende invalshoeken. Aan de ene kant werd het verlies aan de Koerdische zijde op de voorgrond geplaatst en aan de andere kant vonden sommigen dat ook het Turks leed meegenomen moest worden. De huidige strubbelingen met meerstemmigheid is ook symptomatisch voor het Turks-Nederlandse publieke opinie. Hierin schuilt een zekere Turks nationalisme wat ideologische en etnische pluriformiteit als bedreigend ziet voor zijn voortbestaan.

Ook de macht van Turkse-Nederlanders om dat debat vorm te geven komt hierdoor aan het licht. Waar bijvoorbeeld Marokkaanse-Nederlanders nog niet zo veel invloed uitoefenen op hoe zij besproken worden, hebben Turkse-Nederlanders een betere behandeling afgedwongen. Op sociaal economisch vlak hebben Turkse Nederlanders zich dan ook veelal goed ontwikkeld in Nederland. Met economische ontwikkelingen komt zelfverzekerdheid en met zelfverzekerdheid komt het geloof in je eigen stem. De afgelopen jaren kwam er echter ­een barst in het beeld dat Nederland van hen had als een van de beter geïntegreerde groepen. Op sociaal cultureel gebied bleken zij nog altijd gefocust op Turkije, Turken en het Turks.

Uit een onderzoek door Motivaction kwam vorig jaar ook naar voren dat een groot deel van Turks Nederlandse jongeren Syriegangers helden vonden en van mening waren dat jihadistien voor goede verandering in het Midden Oosten zorgden. Toen minister Asscher met het onderzoek aan de haal ging was er stront aan de knikker en bleek na protest door Turks-Nederlandse belangenbehartigers het onderzoek niet representatief. Het onderzoek zou niet betrouwbaar zijn omdat 300 bevraagden geen representatief beeld zouden geven van de gehele groep. Dit terwijl al jaren onderzoek wordt verricht naar Turkse Nederlanders, waarbij het aantal geïnterviewden per onderzoek niet meer dan 100 respondenten is. Aangezien deze onderzoeken niet op een politiek vervelende manier werden geïnterpreteerd, is de betrouwbaarheid van die onderzoeken nimmer betwist. Het bracht de handelsrelatie tussen Nederland en Turkije niet in gevaar. Het onderzoek van Motivaction en de interpretatie ervan door de minister wel.

Blijkbaar heeft de handelsrelatie met Turkije meer invloed op Asscher dan een paar kritische woordvoerders die met hem oneens waren. Zo ook moeten we niet vergeten dat toen minister Koenders in Turkije was voor een overleg de Nederlandse journalisten Frederieke Geerdink en Mehmet Ulger werden opgepakt. De kersverse minister werd meteen duidelijk gemaakt tot waar zijn invloed reikte. Interne aangelegenheden, zoals de controle op nieuws en beeldvorming over de staat, zouden geen onderwerpen zijn van gesprek.

Ulger werd opgepakt op het vliegveld omdat hij twee jaar eerder tijdens een rechtszaak tegen een andere Turks-Nederlandse journalist foto’s had genomen in de rechtszaal. Hij was als vertegenwoordiger van de Nederlandse Vereniging van Journalisten aanwezig bij de rechtszaak tegen Fusun Erdogan. Deze Turks-Nederlandse journaliste werd in september 2006 in Izmir uit een winkelende menigte door de autoriteiten gehaald en gevangengenomen. Pas twee jaar later werd bekend dat ze aangeklaagd werd wegens lidmaatschap van de Marxistisch Leninistisch Communistische Partij (Turks: MLKP).

Zeven jaar nadat ze werd opgepakt werd zij in 2013 samen met drie andere journalisten veroordeeld tot levenslang, plus 300 jaar gevangenisstraf zonder voorwaardelijke vrijlating. In maart 2014 moest de rechter Erdogan en zeven anderen journalisten vrijlaten omdat een nieuwe wet in werking trad dat verdachten maximaal 5 jaar op hun rechtszitting mogen wachten. In de Nederlandse media werd haar vrijlating niet of nauwelijks opgemerkt. Ook in de berichtgeving over Ulger aan het begin van dit jaar werd haar vrijlating niet eens genoemd.

In het geval van Frederieke Geerdink werd zij verdacht van het verspreiden van propaganda voor de PKK, een organisatie dat op de internationale lijst van terroristische organisaties staat. Haar woning werd doorzocht en ze werd verhoord door de Turkse autoriteiten. Na een verschijning voor de rechter werd ze vrijgesproken, maar de staat is inmiddels bezig met hoger beroep op deze uitspraak. De wet tegen de verspreiding van terroristische propaganda wordt al jarenlang gebruikt om dissidenten geluiden te smoren, waaronder dus ook die van kritische buitenlandse journalisten. Turkije prijkte lange tijd bovenaan de wereldranglijst met de meeste journalisten in de gevangenis.

De controle op beeldvorming is een van de speerpunten van het assimilatieproces waaruit het land Turkije was opgebouwd na het uiteenvallen van het Ottomaans rijk. Oprichter Ataturk en velen met hem hebben van meet af aan de vorming van een Koerdische natie geprobeerd te hinderen. Dit heeft tot absurde interventies geleid. Een daarvan was het veranderen van de kleuren van stoplichten, naar rood, wit en blauw omdat rood, geel en groen teveel zou verwijzen naar de Koerdische vlag. Dit was begin jaren 90 in Êlih. Nu dertig jaar later zien weer absurde poging om beeldvorming te beheren.

Zo wordt om de haverklap in Turkije websites door de autoriteiten geblokkeerd ook al is vorig jaar al door het Hooggerchtshof geoordeeld dat dat tegen de grondwet is. De beelden van de op 20 juli jl. gepleegde aanslag in Suruc werden via Twitter verspreid en prompt werd de site geblokkeerd totdat men de beelden van de aanslag had verwijderd. De autoriteiten vonden dat Koerdische activisten de gebeurtenissen ten onrechte gebruiken voor de politieke agenda van de PKK. Ten tijde van de Gezi demonstraties in 2013 besloot CNN Turk pinguïns uit te zenden. Dat de linkse politieke partij HDP de eerste partij was die solidariteit toonde met de demonstranten werd ook vakkundig uit het nieuws gepoetst. Ook toen Turks nieuws de bombardementen door het Turkse leger in Roboski op 28 december 2011, waar 34 kinderen en jongvolwassenen om het leven kwamen, werd dit drie dagen verzwegen.

De aanslag in Suruc wordt nu gebruikt als aanleiding voor de aanvallen op Koerdische doelwitten, terwijl de aanslag zelf gepleegd werd door een DAESH lid. Dat de aanslagpleger een Koerdische etnische afkomst heeft, bevestigt voor velen de noodzaak voor nationalisme. De berichtgeving in Nederland over de Turkse aanvallen op Koerdische strijdmachten zorgt dan ook voor verwarring omdat het niet strookt met het zelfbeeld dat Turkije naar buiten brengt. Het wordt zo strak geregisseerd dat wanneer iemand vanuit een ander perspectief de situatie belicht, er dan behoefte bestaat om Turks leed uit te spellen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s